Onder Ottomaanse Heerschappij 1882-1917
Bar Giora
In het laatste kwart van de 19e eeuw ontstonden de eerste joodse agriculturele
nederzettingen. De Joodse settlers werden daar geconfronteerd met problemen
aan de grenzen, ruzies over waterrechten en inbreuk op hun landbouwgronden en
huizen. Zij hadden de keuze óf voor voor hun rechten te strijden óf
weerloos aan hun buren overgeleverd te zijn. Dit was de tijd van de eerste Shomrim
- Bewakers - waarvan Abraham Shapira een speciaal voorbeeld was. Daarna namen
de arabieren de bescherming over van de Joodse settlers en stelden hun eigen
mannen aan om Joods leven en Joods bezit te bewaken.
De immigranten van de Tweede Aliya waren kritisch ten aanzien van de eerste
nederzettingen. Zij waren zich bewust van het gevaar dat de tewerkstelling van
niet-Joodse bewakers zou kunnen geven. Op initiatief van Israel Shohat ontmoetten
10 nieuwe immigranten elkaar in Jaffa, waaronder Itzchak Ben Zwi en Alexander
Zaid, en richtten een geheime organisatie op met de naam Simon Bar Giora (genoemd
naar de Joodse militaire bevelhebber in de oorlog tegen Rome, 66-70 na de gewone
jaartelling). Bar Giora had het doel bewaking van de nederzettingen in eigen
handen te krijgen, als ook nieuwe nederzettingen in nieuwe gebieden op te richten.
De leden van Bar Giora kregen de verantwoordelijkheid over de bewaking van Ejera
(Ilanijah) en in 1908 van Mesha (Kfar Tavor). In 1909 werd Bar Giora geïntegreerd
in de nieuwe verdedigingsorganisatie "Hashomer"
.
HaShomer
HaShomer (de bewakers) - de vereniging van Joodse bewakers in Eretz Israel,
was aktief tussen 1909 en 1920. Zij werd in 1909 opgericht en stond omder de
leiding van een driekoppig bestuur - Israel Schochat, Israel Giladi en Mendel
Portugal. Binnen drie jaar was Hashomer verantwoordelijk voor de bewaking van
zeven dorpen. Ook andere nederzettingen gingen over naar een geheel Joods bewakingssysteem.
Leden van de Shomer speelden een belangrijke rol in het leven van de nieuwe
jisjoev (=Joodse gemeenschap) en in de nieuw bewoonde gebieden
.
Met de uitbraak van de eerste Wereldoorlog werd Hashomer naar de achtergrond
gedwongen. Twee van haar leiders, Manja Schochat en Israel Schochat werden naar
Anatolië verbannen. In 1916 liet de Shomer weer van zich horen: haar leden
verzamelden-, en sloegen wapens op en organiseerden de bescherming van Joodse
bezittingen. HaShomer verzette zich tegen de spionageactiviteiten van Nili.
Tijdens de Britse veldtocht in Palestina sloten leden van de Shomer zich aan
bij het Joodse Legioen of bij de bereden politie. Tijdens de Arabische opstand
speelden anderen een belangrijke rol bij de verdediging van Tel Chai (1920)
en Jeruzalem (1921). Echter, leiders van de jisjoev eisten herziening van de
verdedigingsmethoden en een uitbreiding van de verdedigingskrachten. Dit onder
de leiding van een erkende Joodse autoriteit. In juni 1920 hield de Shomer op
als zelfstandige organisatie te bestaan. Haar leden bleven echter met elkaar
in contact en leverden een belangrijke bijdrage aan de verdediging van de jisjoev.
Het Joodse Legioen
Het Joodse Legioen bestond uit vrijwilligers, die in de eerste wereldoorlog
in het Britse leger vochten voor de bevrijding van Palestina tegen de Turkse
overheersing. Het idee voor het legioen werd in december 1914 geopperd door
Vladimir Jabotinsky en geheel omarmd door Josef Trumpeldor. Tegen het eind van
maart 1915 waren er al 500 vrijwilligers.
Het Britse militaire gezag was tegen de deelname van Joodse vrijwilligers aan
het Palestijnse front. De Britten suggereerden dat de vrijwilligers ingezet
zouden worden als aparte eenheid aan het Turkse front. Het lukte Trumpeldor
een 650 man sterk muildierkorps op te richten, waarvan er 562 naar het Galipoli
front werden gezonden. Intussen werkte Jabotinsky verder aan zijn activiteiten
met betrekking tot een Joods Legioen aan het Palestijnse front. In augustus
1917 kon het Joodse Legioen eindelijk officieel opgericht worden.
De nieuw opgerichte eenheid werd het 38e bataljon van de koninklijke fusiliers
genoemd en bestond uit Britse vrijwilligers, als ook leden van het voormalige
muildierenkorps en vele Russische joden. In april 1981 sloot het Joodse Legioen
van het 39e Bataljon van de Koninklijke Fusiliers zich bij deze eenheid aan.
Meer dan de helft van dit legioen waren Amerikaanse vrijwilligers. In juni 1918
werd het 38e Bataljon naar Palestina gestuurd waar gestreden werd voor de bevrijding
van Palestina dat door de Turken werd bezet. Het Joodse Legioen werd later gedemobiliseerd
door het Britse anti-zionistische militaire bestuur(1918-1920).
NILI
Nili was een geheime, pro-Britse spionage eenheid, die actief was tijdens de
Turkse overheersing in de Eerste Wereldoorlog. De eenheid stond onder leiding
van Aaron Aaronsohn. Nili is een acroniem van het Hebreeuwse vers (I Sam.15:29)
„Netzah Israel Lo Yeschaker" (De kracht van Israel zal niet liegen), dat ook
als lijfspreuk diende.
Nili werd door een groep joden uit de mosjavot opgericht. Zij waren van mening
dat de joodse toekomst in Eretz Israel afhankelijk was van een Palestina dat
onder toezicht zou staan van de Britten. In februari 1917 werd er in Cairo voor
het eerst contact gelegd tussen Nili en de Britse geheime dienst.
In september 1917 vingen de Turken een postduif die op weg was van van Atlit
naar Cairo. Op deze manier verkregen de Turken het bewijs dat de Joodse bevolking
zich bezig hield met spionage activiteiten. De leiding van de jisjoev en de
Shomer distantieerden zich van de daden van Nili. Een lid van de groep, Na´aman
Belkind, werd door de Turken gevangen genomen. Het netwerk werd later door de
Turkse politie opgerold. In oktober 1917 omsingelden Turkse soldaten mosjaav
Zikhron Ya'akov en arresteerden verschillende mensen, waaronder Aaronsohn's
zus, Sarah Aaronsohn, die zelfmoord pleegde na enkele dagen van martelingen.
De gevangenen werden opgesloten in Damascus. Lischansky en Belkind werden ter
dood veroordeeld. Aaron Aaronsohn stierf in mei 1919 in een vliegtuigongeluk.
Onder Britse Heerschappij 1918-1948
De Haganah
De Haganah was de militaire ondergrondse organisatie van de jisjoev in Eretz
Israel. De Arabische opstanden van 1920 en 1921 versterkten de opvatting dat
het onmogelijk was afhankelijk te blijven van de Britse autoriteiten en dat
de jisjoev een onafhankelijke verdedigingsmacht op moest richten die vreemd
was van buitenlandse autoriteit. De Haganah was actief tussen 1920 en 1948.
Tot 1929 was de Haganah een losse organisatie van lokale verdedingsgroepen
die actief waren in de grote steden en enkele settlements. Door de Arabische
opstanden veranderde het karakter van de Haganah.
- De Haganah werd een grote organisatie waarvan bijna alle jeugd en volwassenen
uit de nedezettingen lid waren. De organisatie had ook enige duizenden leden
uit de steden;
- Leden van de Haganah volgden vele trainigsprogramma's en officierscursussen;
- Centraal gelegen wapenopslagplaatsen werden opgericht en regelmatig van
lichte Europese wapens voorzien;
- Gelijktijdig werd de illegale productie van wapens georganiseerd.
Tussen 1936 en 1939, de jaren van Arabische opstanden, werd de Haganah volwassen
en ontwikkelde zich van een burgerwacht tot een militair orgaan. Ondanks dat
het Britse bestuur de Haganah niet erkende, werkten de veiligheidstroepen toch
samen met hen en vormden burgerwachten zoals de Joodse Nederzettingen Politie
(J.S.P) en de Joodse Hulppolitie (Arabish: Ghafir). In de zomer van 1939 werden
speciale nachttroepen opgericht onder het kommando van kapitein Orde Wingate.
In de jaren van de opstanden zorgde de Haganah ervoor dat door beschermende
maatregelen de oprichting van meer dan 50 nieuwe nederzettingen in de grensgebieden
tot stand kwam. De anti-zionistische politiek van de Britten, die in het witboek
van 1939 tot uitdrukking kwam, leidde er toe dat de Haganah 'illegale' immigratie
en demonstraties tegen het Britse anti-zionisme organiseerde.
De uitbraak van de Tweede Wereldoorlog stelde de Haganah voor nieuwe problemen.
Tot de Haganah behoorde een organisatie van vrijwilligers, uit welke Joodse
eenheden werden geformeerd die in het Britse leger dienden. De Haganah werkte
ook samen met de Britse geheimedienst en stuurde mensen op verschillende missies
in het Midden-Oosten. Een ander voorbeeld van deze samenwerking betreft de 32
Joodse parachutisten die tussen 1943 en 1944 achter de vijandelijke linies in
de Balkan, Hongarije, Slowakije en andere Europese landen werden gedropt.
Tegelijkertijd versterkte de Haganah haar zelfstandigheid. Voor de jeugd werd
een systematisch trainigsprogramma ingevoerd. In 1941 werd het eerste mobiele
regiment van de Haganah, de Palmach, opgericht. Aan het einde van de oorlog,
toen het duidelijk werd dat Groot-Brittannië niet van plan was haar anti-zionistische
politiek te veranderen, ging de Haganah verder als de Verenigde Joodse Verzetsbeweging.
Deze organisatie werd gezamenlijk gevormd door de voormalige Haganah, Irgun
Zwa'I Leumi en Lechi. Zij vingen de strijd aan tegen de Britse mandaatsregering
In de D.P (Displaced Persons) kampen in Europa werden leden voor de Haganah
geworven en zij begeleidde de "illegale" immigrantenboten naar Palestina.
Met het oog op te verwachten Arabische aanvallen, nam David Ben Gurion in het
voorjaar van 1947 de leiding van de Haganah op zich. Op 26 mei 1948 besloot
de tijdelijk regering van Israel dat de Haganah het officiële leger van
de staat zou worden: „Zwah Haganah LeIsrael"- de Israelische Verdedigingsmacht.
Irgun Zwa´I Leumi - "Nationale Militaire Organisatie" ("Etzel")
De gewapende Joodse ondergrondse organisatie "Etzel" werd in 1931
opgericht door een groep van Haganah bevelhebbers, die de Haganah verlaten had
uit protest tegen haar werkwijze. Tijdens de Arabische opstand van 1937 splitste
de Irgun zich op. Ongeveer de helft van haar leden keerde terug naar de Haganah.
De andere helft richtte een nieuwe "Etzel" op, die ideologisch verbonden
was met de revisionistische beweging. Vladimir Jabotinsky werd aangesteld als
de leider van de nieuwe Etzel.
De "Etzel" groep verwierp de "terughoudende" politiek
van de Haganah en voerde gewapende vergeldingsacties uit tegen de Arabieren.
Dit werd afgekeurd door de Jewish Agency. Vele Etzel aanhangers werden door
de Britten gearresteerd. Eén van hen, Schlomo Ben Josef, werd opgehangen
omdat hij een Arabische bus beschoten had. Na de publicatie van het witboek
in mei 1939, richtte Etzel zijn activiteiten ook tegen de autoriteiten van het
Britse mandaat.
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verklaarde Etzel een wapenstilstand.
Dit leidde voor een tweede keer tot een splitsing van de groep. Een deel van
haar leden sloot zich aan bij de Palestijnse eenheden van het Britse leger en
later ook bij de Joodse brigade.
Vanaf 1943 stond Etzel onder de leiding van Menachem Begin. In februari 1944
verklaarde Etzel de oorlog aan het Britse bestuur. Regeringsgebouwen, militaire
doelen en politieposten werden door Etzel aangevallen en opgeblazen. In een
campagne genaamd "Sezon" keerden de Jewish Agency en de Haganah zich
tegen Etzel. Etzel sloot zich aan bij de Joodse Verzetsbeweging. Na het uiteenvallen
van de Joodse Verzetsbeweging ging Etzel door met aanvallen op Britse militaire-,
en regeringsdoelen.
In april 1947 werden vier leden in de militaire gevangenis van Akko opgehangen.
In mei 1947 drong Etzel de vesting van Akko binnen en bevrijdde 41 gevangenen.
Nadat in juli 1947 drie andere leden werden geëxecuteerd, hing Etzel twee
Britse sergeanten op.
Na de onafhankelijkheid verklaarde het militaire commando van Etzel zich bereid
de organisatie op te heffen en haar leden in het nieuwe leger van de Israelische
Staat te laten integereren. Volledige integratie werd in september 1948 bereikt.
Lochamei Cherut Israel ("Lechi")
Nadat Etzel aan het begin van de oorlog een wapenstilstand overeengekomen
was met de Britten, richtte Abraham Stern in juni 1940 de gewapende ondergrondse
organisatie "Lechi" op. Lechi verklaardde de strijd tegen de Britten
verder op te voeren, hield de vrijwillige deelname van joden in het Britse leger
tegen, en zocht zelfs contact met de vertegenwoordigers van de aan Nazi-Duitsland
geligneerde machten.
In januari en februari 1942 bereikten de gevechten tussen de Stern groep en
de Britten een hoogtepunt. De Britten reageerden met de arrestatie en doding
van de leiders uit de Stern groep, waaronder Abraham Stern. In 1944 nam Lechi
de strijd tegen de Britten weer op en werkte samen met de Joodse Verzetsbeweging.
Tijdens en na deze onafhankelijkheidsverklaring voerde Lechi sabbotageacties
en aanslagen uit op Britse militaire doelen en regeringsgebouwen. In april 1947
startte Lechi ook met sabbotageacties buiten Palestina en stuurde bijvoorbeeld
bombrieven naar Britse politici.
Twee weken na de onafhankelijkheidsverklaring sloten de leden van Lechi zich
aan bij het Israelische leger. In Jeruzalem vochten zij echter verder. Na de
moord op de Zweedse VN bemiddelaar Graaf Folke Bernadotte, dat aan een groep
van Lechi leden toegeschreven werd, zorgden de Israelische autoriteiten ervoor
dat Lechi ophield te bestaan.
De Joodse Verzetsbeweging
Toen tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog bleek dat de Britten hun anti-zionistsiche
Politiek niet zouden veranderen, organiseerde de jisjoev een Joodse verzetsbeweging,
die door de Haganah, Etzel en Lechi gemeenschappelijk geleid werd.
De eerste actie van de Joodse Verzetsbeweging vond in oktober 1945 plaats,
toen een Palmach eenheid het Atlit kamp aanviel en de 208 daar geïnterneerde
"illegale" immigranten bevrijdde. In november 1945 liet de Verzetsbeweging
haar kracht zien, toen zij een zware aanslag op het spoorwegennet uitvoerde
en meerdere schepen van de kustwacht liet zinken. In de daarop volgende maanden
pleegde de Verzetsbeweging meerdere aanslagen op Britse politieposten, posten
van de kustbewaking, radarinstallaties en landingsbanen.
Bruggen tussen Palestina en haar buurstaten werden in juni 1946 opgeblazen.
Op 29 juni 1946 ("zwarte zaterdag") reageerden de Britse autoriteiten
op deze aanval door leiders van de Jewish Agency te arresteren. Britse militairen
doorzochten de Joodse nederzettingen naar illegale wapens en arresteerde duizenden
mensen. De Jewish Agency verbood de gewapende aanvallen tegen de Britten. Etzel
en Lechi weigerden echter te gehoorzamen. In juli 1946 blies Etzel het Britse
hoofdkwartier in het King David hotel op. Regeringsambtenaren, burgers, Joden
en Arabieren kwamen bij deze aanslag om het leven. Deze aktie die uitdrukkelijk
door de Jewish Agency en de Haganah veroordeeld werd, betekende het einde van
de Joodse Verzetsbeweging.
De Joodse Brigade
De Joodse Brigade was de enige onafhankelijke, nationale, Joodse eenheid in
het Britse leger en binnen de gezamenlijke geallieerde strijdkrachten. De Joodse
Brigade bestond voornamenlijk uit Joden uit Palestina en had haar eigen embleem.
De oprichting van de Brigade vond uiteindelijk plaats na langdurige pogingen
van de jisjoev en de zionistsiche beweging om een erkende deelname en representatie
van het Joodse volk te bereiken in de strijd tegen Nazi-Duitsland.
In 1940 was het mogelijk voor de Joden uit Palestina zich aan te sluiten bij
bij het "East Kent Regiment" (de "Buffs"). Deze compagnies
werden in drie infanteriebattaljons geformeerd binnen het nieuw opgerichte "Palestine
Regiment". De battaljons werden naar Cyrenaika en Egypte gestuurd. Maar
zij werden daar, zoals ook in Palestina, voornamenlijk ingezet voor bewakingsactiviteiten.
De Joodse soldaten eisten deelname in de gevechten en het recht op het laten
zien van de Joodse vlag.
Pas in september 1944 lieten de Britten de oprichting van een Joodse Brigade
toe. De Brigade bestond uit een Joodse infanterie, rtillerie en verzorgingseenheden.
Na een trainingsprogramma in Egypte namen de 5000 soldaten van de Joodse Brigade
deel aan beslissende gevechten aan het Italiaanse front. In mei 1945 werd de
Brigade verplaatst naar Noord-Oost Italië, waar zij voor de eerste maal
met Shoa overlevenden werden geconfronteerd. De Joodse Brigade werd een belangrijke
factor in de "illegale" immigratie. In de zomer van 1946 werd door
de Britse autoriteiten besloten de Joodse Brigade op te heffen.
[Naar boven] [Ga verder]
[Concepten] [De Zionistische Eeuw] [Homepage]
The Pedagogic
Center
Directeur: Dr. Motti Friedman
Web Site Manager: Esther Carciente. esthers@jajz-ed.org.il
Bewerking: David Soesan
Updated: