Concepten - Strijd en Verdediging
De Zionistische Eeuw - gepresenteerd door: Pedagogic Center van de Jewish Agency



Strijd en Verdediging



Joodse Verdedigingsorganisaties


[Onder Ottomaanse Heerschappij 1882-1917] [Onder Brits Bestuur 1918-1948]




Onder Ottomaanse Heerschappij 1882-1917

Bar Giora

Mosjav Sejera, 1928

In het laatste kwart van de 19e eeuw ontstonden de eerste joodse agriculturele nederzettingen. De Joodse settlers werden daar geconfronteerd met problemen aan de grenzen, ruzies over waterrechten en inbreuk op hun landbouwgronden en huizen. Zij hadden de keuze óf voor voor hun rechten te strijden óf weerloos aan hun buren overgeleverd te zijn. Dit was de tijd van de eerste Shomrim - Bewakers - waarvan Abraham Shapira een speciaal voorbeeld was. Daarna namen de arabieren de bescherming over van de Joodse settlers en stelden hun eigen mannen aan om Joods leven en Joods bezit te bewaken.

De immigranten van de Tweede Aliya waren kritisch ten aanzien van de eerste nederzettingen. Zij waren zich bewust van het gevaar dat de tewerkstelling van niet-Joodse bewakers zou kunnen geven. Op initiatief van Israel Shohat ontmoetten 10 nieuwe immigranten elkaar in Jaffa, waaronder Itzchak Ben Zwi en Alexander Zaid, en richtten een geheime organisatie op met de naam Simon Bar Giora (genoemd naar de Joodse militaire bevelhebber in de oorlog tegen Rome, 66-70 na de gewone jaartelling). Bar Giora had het doel bewaking van de nederzettingen in eigen handen te krijgen, als ook nieuwe nederzettingen in nieuwe gebieden op te richten. De leden van Bar Giora kregen de verantwoordelijkheid over de bewaking van Ejera (Ilanijah) en in 1908 van Mesha (Kfar Tavor). In 1909 werd Bar Giora geïntegreerd in de nieuwe verdedigingsorganisatie "Hashomer"

.

HaShomer

Enkele leden van de Shomer, 1909

HaShomer (de bewakers) - de vereniging van Joodse bewakers in Eretz Israel, was aktief tussen 1909 en 1920. Zij werd in 1909 opgericht en stond omder de leiding van een driekoppig bestuur - Israel Schochat, Israel Giladi en Mendel Portugal. Binnen drie jaar was Hashomer verantwoordelijk voor de bewaking van zeven dorpen. Ook andere nederzettingen gingen over naar een geheel Joods bewakingssysteem. Leden van de Shomer speelden een belangrijke rol in het leven van de nieuwe jisjoev (=Joodse gemeenschap) en in de nieuw bewoonde gebieden

.

Met de uitbraak van de eerste Wereldoorlog werd Hashomer naar de achtergrond gedwongen. Twee van haar leiders, Manja Schochat en Israel Schochat werden naar Anatolië verbannen. In 1916 liet de Shomer weer van zich horen: haar leden verzamelden-, en sloegen wapens op en organiseerden de bescherming van Joodse bezittingen. HaShomer verzette zich tegen de spionageactiviteiten van Nili.

Tijdens de Britse veldtocht in Palestina sloten leden van de Shomer zich aan bij het Joodse Legioen of bij de bereden politie. Tijdens de Arabische opstand speelden anderen een belangrijke rol bij de verdediging van Tel Chai (1920) en Jeruzalem (1921). Echter, leiders van de jisjoev eisten herziening van de verdedigingsmethoden en een uitbreiding van de verdedigingskrachten. Dit onder de leiding van een erkende Joodse autoriteit. In juni 1920 hield de Shomer op als zelfstandige organisatie te bestaan. Haar leden bleven echter met elkaar in contact en leverden een belangrijke bijdrage aan de verdediging van de jisjoev.

Het Joodse Legioen

Vladimir Jabotinsky en een groep vrijwilligers in een Joods bataljon

Het Joodse Legioen bestond uit vrijwilligers, die in de eerste wereldoorlog in het Britse leger vochten voor de bevrijding van Palestina tegen de Turkse overheersing. Het idee voor het legioen werd in december 1914 geopperd door Vladimir Jabotinsky en geheel omarmd door Josef Trumpeldor. Tegen het eind van maart 1915 waren er al 500 vrijwilligers.

Het Britse militaire gezag was tegen de deelname van Joodse vrijwilligers aan het Palestijnse front. De Britten suggereerden dat de vrijwilligers ingezet zouden worden als aparte eenheid aan het Turkse front. Het lukte Trumpeldor een 650 man sterk muildierkorps op te richten, waarvan er 562 naar het Galipoli front werden gezonden. Intussen werkte Jabotinsky verder aan zijn activiteiten met betrekking tot een Joods Legioen aan het Palestijnse front. In augustus 1917 kon het Joodse Legioen eindelijk officieel opgericht worden.

De nieuw opgerichte eenheid werd het 38e bataljon van de koninklijke fusiliers genoemd en bestond uit Britse vrijwilligers, als ook leden van het voormalige muildierenkorps en vele Russische joden. In april 1981 sloot het Joodse Legioen van het 39e Bataljon van de Koninklijke Fusiliers zich bij deze eenheid aan. Meer dan de helft van dit legioen waren Amerikaanse vrijwilligers. In juni 1918 werd het 38e Bataljon naar Palestina gestuurd waar gestreden werd voor de bevrijding van Palestina dat door de Turken werd bezet. Het Joodse Legioen werd later gedemobiliseerd door het Britse anti-zionistische militaire bestuur(1918-1920).

NILI

Twee NILI leden: Sarah Aaronsohn en Josef Lishansky

Nili was een geheime, pro-Britse spionage eenheid, die actief was tijdens de Turkse overheersing in de Eerste Wereldoorlog. De eenheid stond onder leiding van Aaron Aaronsohn. Nili is een acroniem van het Hebreeuwse vers (I Sam.15:29) „Netzah Israel Lo Yeschaker" (De kracht van Israel zal niet liegen), dat ook als lijfspreuk diende.

Nili werd door een groep joden uit de mosjavot opgericht. Zij waren van mening dat de joodse toekomst in Eretz Israel afhankelijk was van een Palestina dat onder toezicht zou staan van de Britten. In februari 1917 werd er in Cairo voor het eerst contact gelegd tussen Nili en de Britse geheime dienst.

In september 1917 vingen de Turken een postduif die op weg was van van Atlit naar Cairo. Op deze manier verkregen de Turken het bewijs dat de Joodse bevolking zich bezig hield met spionage activiteiten. De leiding van de jisjoev en de Shomer distantieerden zich van de daden van Nili. Een lid van de groep, Na´aman Belkind, werd door de Turken gevangen genomen. Het netwerk werd later door de Turkse politie opgerold. In oktober 1917 omsingelden Turkse soldaten mosjaav Zikhron Ya'akov en arresteerden verschillende mensen, waaronder Aaronsohn's zus, Sarah Aaronsohn, die zelfmoord pleegde na enkele dagen van martelingen.

De gevangenen werden opgesloten in Damascus. Lischansky en Belkind werden ter dood veroordeeld. Aaron Aaronsohn stierf in mei 1919 in een vliegtuigongeluk.



Onder Britse Heerschappij 1918-1948

De Haganah

1929: leden van de Haganah krijgen knuppels uitgedeeld om zich te kunnen verdedigen

De Haganah was de militaire ondergrondse organisatie van de jisjoev in Eretz Israel. De Arabische opstanden van 1920 en 1921 versterkten de opvatting dat het onmogelijk was afhankelijk te blijven van de Britse autoriteiten en dat de jisjoev een onafhankelijke verdedigingsmacht op moest richten die vreemd was van buitenlandse autoriteit. De Haganah was actief tussen 1920 en 1948.

Tot 1929 was de Haganah een losse organisatie van lokale verdedingsgroepen die actief waren in de grote steden en enkele settlements. Door de Arabische opstanden veranderde het karakter van de Haganah.

1939: de Joodse hulppolitie ontvangt gepantserde voertuigen

Tussen 1936 en 1939, de jaren van Arabische opstanden, werd de Haganah volwassen en ontwikkelde zich van een burgerwacht tot een militair orgaan. Ondanks dat het Britse bestuur de Haganah niet erkende, werkten de veiligheidstroepen toch samen met hen en vormden burgerwachten zoals de Joodse Nederzettingen Politie (J.S.P) en de Joodse Hulppolitie (Arabish: Ghafir). In de zomer van 1939 werden speciale nachttroepen opgericht onder het kommando van kapitein Orde Wingate.

In de jaren van de opstanden zorgde de Haganah ervoor dat door beschermende maatregelen de oprichting van meer dan 50 nieuwe nederzettingen in de grensgebieden tot stand kwam. De anti-zionistische politiek van de Britten, die in het witboek van 1939 tot uitdrukking kwam, leidde er toe dat de Haganah 'illegale' immigratie en demonstraties tegen het Britse anti-zionisme organiseerde.

De uitbraak van de Tweede Wereldoorlog stelde de Haganah voor nieuwe problemen. Tot de Haganah behoorde een organisatie van vrijwilligers, uit welke Joodse eenheden werden geformeerd die in het Britse leger dienden. De Haganah werkte ook samen met de Britse geheimedienst en stuurde mensen op verschillende missies in het Midden-Oosten. Een ander voorbeeld van deze samenwerking betreft de 32 Joodse parachutisten die tussen 1943 en 1944 achter de vijandelijke linies in de Balkan, Hongarije, Slowakije en andere Europese landen werden gedropt.

1944: Palmach ontmoeting in Kibbuz Mischmar HaEmek

Tegelijkertijd versterkte de Haganah haar zelfstandigheid. Voor de jeugd werd een systematisch trainigsprogramma ingevoerd. In 1941 werd het eerste mobiele regiment van de Haganah, de Palmach, opgericht. Aan het einde van de oorlog, toen het duidelijk werd dat Groot-Brittannië niet van plan was haar anti-zionistische politiek te veranderen, ging de Haganah verder als de Verenigde Joodse Verzetsbeweging. Deze organisatie werd gezamenlijk gevormd door de voormalige Haganah, Irgun Zwa'I Leumi en Lechi. Zij vingen de strijd aan tegen de Britse mandaatsregering

In de D.P (Displaced Persons) kampen in Europa werden leden voor de Haganah geworven en zij begeleidde de "illegale" immigrantenboten naar Palestina. Met het oog op te verwachten Arabische aanvallen, nam David Ben Gurion in het voorjaar van 1947 de leiding van de Haganah op zich. Op 26 mei 1948 besloot de tijdelijk regering van Israel dat de Haganah het officiële leger van de staat zou worden: „Zwah Haganah LeIsrael"- de Israelische Verdedigingsmacht.

Irgun Zwa´I Leumi - "Nationale Militaire Organisatie" ("Etzel")

In 1944 bevrijdt de Etzel tientallen van haar kammeraden in Akko

De gewapende Joodse ondergrondse organisatie "Etzel" werd in 1931 opgericht door een groep van Haganah bevelhebbers, die de Haganah verlaten had uit protest tegen haar werkwijze. Tijdens de Arabische opstand van 1937 splitste de Irgun zich op. Ongeveer de helft van haar leden keerde terug naar de Haganah. De andere helft richtte een nieuwe "Etzel" op, die ideologisch verbonden was met de revisionistische beweging. Vladimir Jabotinsky werd aangesteld als de leider van de nieuwe Etzel.

De "Etzel" groep verwierp de "terughoudende" politiek van de Haganah en voerde gewapende vergeldingsacties uit tegen de Arabieren. Dit werd afgekeurd door de Jewish Agency. Vele Etzel aanhangers werden door de Britten gearresteerd. Eén van hen, Schlomo Ben Josef, werd opgehangen omdat hij een Arabische bus beschoten had. Na de publicatie van het witboek in mei 1939, richtte Etzel zijn activiteiten ook tegen de autoriteiten van het Britse mandaat.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verklaarde Etzel een wapenstilstand. Dit leidde voor een tweede keer tot een splitsing van de groep. Een deel van haar leden sloot zich aan bij de Palestijnse eenheden van het Britse leger en later ook bij de Joodse brigade.

Vanaf 1943 stond Etzel onder de leiding van Menachem Begin. In februari 1944 verklaarde Etzel de oorlog aan het Britse bestuur. Regeringsgebouwen, militaire doelen en politieposten werden door Etzel aangevallen en opgeblazen. In een campagne genaamd "Sezon" keerden de Jewish Agency en de Haganah zich tegen Etzel. Etzel sloot zich aan bij de Joodse Verzetsbeweging. Na het uiteenvallen van de Joodse Verzetsbeweging ging Etzel door met aanvallen op Britse militaire-, en regeringsdoelen.

In april 1947 werden vier leden in de militaire gevangenis van Akko opgehangen. In mei 1947 drong Etzel de vesting van Akko binnen en bevrijdde 41 gevangenen. Nadat in juli 1947 drie andere leden werden geëxecuteerd, hing Etzel twee Britse sergeanten op.

Na de onafhankelijkheid verklaarde het militaire commando van Etzel zich bereid de organisatie op te heffen en haar leden in het nieuwe leger van de Israelische Staat te laten integereren. Volledige integratie werd in september 1948 bereikt.

Lochamei Cherut Israel ("Lechi")

Een door de Britten in 1942 gepubliceerd opsporingsbericht tegen de Lechi leiding in Hebreeuwse taal. De hoogste beloning werd uitgeloofd voor het vinden van Abraham Stern.

Nadat Etzel aan het begin van de oorlog een wapenstilstand overeengekomen was met de Britten, richtte Abraham Stern in juni 1940 de gewapende ondergrondse organisatie "Lechi" op. Lechi verklaardde de strijd tegen de Britten verder op te voeren, hield de vrijwillige deelname van joden in het Britse leger tegen, en zocht zelfs contact met de vertegenwoordigers van de aan Nazi-Duitsland geligneerde machten.

In januari en februari 1942 bereikten de gevechten tussen de Stern groep en de Britten een hoogtepunt. De Britten reageerden met de arrestatie en doding van de leiders uit de Stern groep, waaronder Abraham Stern. In 1944 nam Lechi de strijd tegen de Britten weer op en werkte samen met de Joodse Verzetsbeweging. Tijdens en na deze onafhankelijkheidsverklaring voerde Lechi sabbotageacties en aanslagen uit op Britse militaire doelen en regeringsgebouwen. In april 1947 startte Lechi ook met sabbotageacties buiten Palestina en stuurde bijvoorbeeld bombrieven naar Britse politici.

Twee weken na de onafhankelijkheidsverklaring sloten de leden van Lechi zich aan bij het Israelische leger. In Jeruzalem vochten zij echter verder. Na de moord op de Zweedse VN bemiddelaar Graaf Folke Bernadotte, dat aan een groep van Lechi leden toegeschreven werd, zorgden de Israelische autoriteiten ervoor dat Lechi ophield te bestaan.

De Joodse Verzetsbeweging

De spoorwegbrug tussen Palestina en Syrië die in de "nacht van de bruggen" door een Palmacheenheid opgeblazen werd.

Toen tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog bleek dat de Britten hun anti-zionistsiche Politiek niet zouden veranderen, organiseerde de jisjoev een Joodse verzetsbeweging, die door de Haganah, Etzel en Lechi gemeenschappelijk geleid werd.

De eerste actie van de Joodse Verzetsbeweging vond in oktober 1945 plaats, toen een Palmach eenheid het Atlit kamp aanviel en de 208 daar geïnterneerde "illegale" immigranten bevrijdde. In november 1945 liet de Verzetsbeweging haar kracht zien, toen zij een zware aanslag op het spoorwegennet uitvoerde en meerdere schepen van de kustwacht liet zinken. In de daarop volgende maanden pleegde de Verzetsbeweging meerdere aanslagen op Britse politieposten, posten van de kustbewaking, radarinstallaties en landingsbanen.

Bruggen tussen Palestina en haar buurstaten werden in juni 1946 opgeblazen. Op 29 juni 1946 ("zwarte zaterdag") reageerden de Britse autoriteiten op deze aanval door leiders van de Jewish Agency te arresteren. Britse militairen doorzochten de Joodse nederzettingen naar illegale wapens en arresteerde duizenden mensen. De Jewish Agency verbood de gewapende aanvallen tegen de Britten. Etzel en Lechi weigerden echter te gehoorzamen. In juli 1946 blies Etzel het Britse hoofdkwartier in het King David hotel op. Regeringsambtenaren, burgers, Joden en Arabieren kwamen bij deze aanslag om het leven. Deze aktie die uitdrukkelijk door de Jewish Agency en de Haganah veroordeeld werd, betekende het einde van de Joodse Verzetsbeweging.

De Joodse Brigade

Eén van de officieren van de Joodse Brigade: de latere generaal stafchef Chaim Laskow

De Joodse Brigade was de enige onafhankelijke, nationale, Joodse eenheid in het Britse leger en binnen de gezamenlijke geallieerde strijdkrachten. De Joodse Brigade bestond voornamenlijk uit Joden uit Palestina en had haar eigen embleem. De oprichting van de Brigade vond uiteindelijk plaats na langdurige pogingen van de jisjoev en de zionistsiche beweging om een erkende deelname en representatie van het Joodse volk te bereiken in de strijd tegen Nazi-Duitsland.

In 1940 was het mogelijk voor de Joden uit Palestina zich aan te sluiten bij bij het "East Kent Regiment" (de "Buffs"). Deze compagnies werden in drie infanteriebattaljons geformeerd binnen het nieuw opgerichte "Palestine Regiment". De battaljons werden naar Cyrenaika en Egypte gestuurd. Maar zij werden daar, zoals ook in Palestina, voornamenlijk ingezet voor bewakingsactiviteiten. De Joodse soldaten eisten deelname in de gevechten en het recht op het laten zien van de Joodse vlag.

Het teken van de Joodse Brigade

Pas in september 1944 lieten de Britten de oprichting van een Joodse Brigade toe. De Brigade bestond uit een Joodse infanterie, rtillerie en verzorgingseenheden. Na een trainingsprogramma in Egypte namen de 5000 soldaten van de Joodse Brigade deel aan beslissende gevechten aan het Italiaanse front. In mei 1945 werd de Brigade verplaatst naar Noord-Oost Italië, waar zij voor de eerste maal met Shoa overlevenden werden geconfronteerd. De Joodse Brigade werd een belangrijke factor in de "illegale" immigratie. In de zomer van 1946 werd door de Britse autoriteiten besloten de Joodse Brigade op te heffen.

[Naar boven] [Ga verder] [Concepten] [De Zionistische Eeuw] [Homepage]


The Pedagogic Center
Directeur: Dr. Motti Friedman
Web Site Manager: Esther Carciente. esthers@jajz-ed.org.il
Bewerking: David Soesan
Updated:

Terms and Conditions of Use of the Website
Copyright © 1992 - 2008 The Department for Jewish Zionist Education. All rights reserved.
The e-mail addresses @jajz are being discontinued
To Contact Us, Click and Choose Educational Helpdesk under Category